Biologische bamboe kwekerij Leusden

10 vragen aan… de siergrassen kweker

Jarrett Scholsberg aan het woord over zijn grote passie: siergrassen

Door Kyra Gunneweg

Dit artikel is ook verschenen in het tijdschrift ‘Bamboe’. Lees het hele artikel in pdf: Bamboe nr 2 2017 Artikel Randijk Siergrassen

  1. Hoe ben je ertoe gekomen om siergrassenkweker te worden?

    siergrassen in bloei

‘Na jaren werkzaam te zijn geweest in de grafische industrie en in de prepress maakte ik een carrièreswitch: ik volgde de opleiding biologische teelten voor de glastuinbouw bij Kemphaan opleidingen in Almere. Vanaf 2006 werkte ik bij een handelskwekerij voor siergrassen in Soest, Heinen BV. Daar heb ik 4 jaar de schoonheid van siergras mogen ontdekken, leren van soorten en vermeerderen. In 2010 kwam ik in dienst bij Randijk in Leusden om de groeiende kwekerij te komen ondersteunen en het – ietwat verwaarloosde – siergrassensegment op te lappen en uit te breiden.’

  1. Wat is je het meest bijgebleven van je opleiding?

‘Al tijdens mijn opleiding werd ik gefascineerd door siergrassen, bijvoorbeeld door de Miscanthus sin. ‘Gracillimus’ met zijn lange smalle bladeren en verfijnde witte streep. Ook met bamboe kwam ik tijdens een excursie in aanraking, toen we in 2004 met onze docent naar Schellinkhout reden. We liepen door de gigantische bamboe paden en even kwam wijlen Charley Younge te voorschijn. Ik had nog geen idee van de impact die deze man had als ambassadeur van bamboe in Nederland. Vandaag de dag vragen veel klanten mij uiteraard of ik de bamboe kwekerij in Schellinkhout ken. Gelukkig heb ik hem bij leven en welzijn ontmoet.’

  1. Over ambassadeurs gesproken, wie zijn jouw helden op tuingebied?

‘Piet Oudolf en diens grote voorbeeld Mevrouw Mien Ruys. Er is een expositie in Dedemsvaart over Mien Ruys en haar link met de kunststroming “De Stijl”, die in 2017100 jaar bestaat. Mien Ruys werkte onder andere samen met Gerrit Rietveld, een van de leden van De Stijl. Beide hadden het streven goede vormgeving voor een groot publiek toegankelijk te maken vanuit ideeën over functionalisme en standaardisatie.’

  1. Welke soorten heb je zelf in de tuin staan?

‘In mijn eigen tuin staat op het terras een Carex oshimensis ‘EverGold’ (Dwerg gras) in een pot. In het voorjaar gaat hij onder de schaar om de bruine stoppels kwijt te raken en in juni zit er een frisse pruik op felle kleuren in het tegen licht van de zon op het zuiden en steekt boven het plantvak uit. In de border staan ook twee exemplaren en die lichten de donkere hoeken op. En natuurlijk hebben we in de showtuin van Randijk een keur aan soorten staan. Ook in de natuur staat genoeg moois. Er is zoveel kleur en afwisseling in het landschap door al die grassen. Afgelopen juni zat ik bijvoorbeeld met mijn vrouw op een bankje in natuurgebied de Schammer tussen Leusden en Amersfoort te genieten van moerasgrassen en prairie onkruiden.’

  1. Wat vind je het allerleukst aan het kweken van siergrassen?

‘Wij zien steeds meer een verschuiving van verkoop van vollegrond siergrassen naar potplanten. De klant is er nu eenmaal aan gewend en gemak gaat voor, maar ik vind het jammer. Eerlijk gezegd is het zo prachtig in de vollegrond; er komen insecten als lieveheersbeestjes, vlinders, hommels, bijen en vogels op af. En de plant toont zijn ware karakter en uiterlijk. Het steeds vernieuwen en de groeikracht van de planten vind ik fascinerend. Als ik de eerste haarworteltjes zie dan ontstaat er een grote glimlach op mijn gezicht, dat is het prille begin van de nieuwe plant.’

  1. Hoe pak je het kweken van de siergrassen aan?

‘Al experimenterend hebben we er steeds meer soorten bij gekregen. Veel met dank aan Hans Verweij van Grassenerf uit Boskoop en uiteraard mijn oud-werkgever Heinen uit Soest. Er werd een stuk vollegrond gereserveerd om te planten. Zo konden wij volop experimenteren met het biologisch kweken van diverse soorten en maten siergrassen. Een aantal siergrassen zijn in de loop der jaren ook afgevallen. We verkopen ze nog wel, maar niet meer van eigen kweek. Soorten als Festuca glauca ‘Elijah Blue’ en Spodiopogon blijken bijvoorbeeld met onze biologische teeltwijze veel te traag te groeien. Nu blijven de soorten over waar wij goede ervaring mee hebben en daarmee kweken we alweer een jaar of wat verder. En dat gaat goed. We bereiden ons nu voor op grotere aantallen voor biologische schappen in reguliere tuincentra.’

  1. Kunnen mensen dat ‘biologisch kweken’ ook in hun eigen tuin toepassen?

Het begint natuurlijk met de juiste plant op de juiste plek. Daarvoor is goed advies essentieel. Vervolgens kun je rekening houden met de juiste biologische bemesting, een goed ecologisch evenwicht in de tuin zodat natuurlijk bestrijders een kans krijgen en de juiste timing in snoei en mulchen van de planten.’

‘Mesten deden wij in het begin met- kippen- en geitenmest, met stro (mulch) uit de stal en af en toe as van de Leemkachel. Dit leverde een mooi doorlaatbare en compacte grond, perfect voor de siergrassen. De organische stof verbindt de gronddeeltjes en wordt door wormen, schimmels bacteriën en andere micro organismen of dieren verteerd tot een humusrijke toplaag. Tegenwoordig maken we gebruik van kant-en-klare biologische mixen (OPF granulaat, op basis van zeewier, wat we hier altijd grappend dropjesmest noemen vanwege de geur) en gebruiken we nog steeds blad, as en ander ‘organisch afval’ dat we voorhanden hebben. Een leuk voorbeeld van hoe dit ook bij particulieren kan werken is de EM bokashi emmer. Deze is te koop bij Randijk maar onder andere ook via www.eco-logisch.nl. ’

  1. Heb je een gouden tip voor de verzorging?

‘Als een bepaalde plant het moeilijk heeft, door ziekte of bijvoorbeeld luis, dan giet ik er verdunde (1:10) brandnetelgier aan de voet van de plant zodat de plant van binnen uit gezond wordt. De productie van brandnetelgier doen wij zelf. Ik kneus 3 kwart emmer met jonge brandnetel blaadjes , giet hier water op en laat het  vervolgens 1 week gisten.  Elke dag afschuimen en roeren is hierbij nodig. Dan zeef ik het kalirijke goedje en giet het in een PET fles. Hierna kun je het verdund sproeien.  Na ongeveer twee weken doe je het nogmaals. Let op! Bewaren in een schuurtje, en trek oude kleren aan, want het goedje stinkt verschrikkelijk! Heb je hier geen zin in, dan kun je eventueel preventief behandelen met producten van het merk Pireco.’

  1. Hoe kies je nu de juiste plant op de juiste plek?

‘Adviseren is mijn dagelijks werk. Ik wijs klanten op de volgende aspecten: let op soort, kleur, bloeiwijze, speciale kenmerken (bladsierwaarde), groeihoogte, winterhardheid en kleur, habitat (bodem, leefomgeving, standplaats), verjongen van de plant en de combinatie van reeds bestaande beplanting. Arundo donax of Versicolor (Pijlriet of spaansriet) contrasteren bijvoorbeeld mooi met Phylostachis Vivax. Hosta en Heuchera vind ik mooie begeleidingsplanten. Chasmantium adviseer ik als onder begroeiing bij de bamboe evenals de Carex morrowii Variegata. Op de achtergrond van de ooievaarsbek (Geranium palustris) kun je mooi Deschampsia Goldtau toepassen en Calamagrostis Overdam voor de fier rechtopgaande  Fargasia Jiuzhaigou sp.1. Miscanthus kan mooi als afscheiding tussen verschillende afdelingen in een grotere tuin worden gezet, bijvoobeeld om de moestuin van de siertuin te scheiden. Je hebt dan in de winter (na de snoei) een vergezicht en in de zomer meer privacy.’

  1. Welke soorten siergrassen zou je iedereen aanraden?

In het voorjaar 2018 geeft Jarrett Scholsberg een workshop ‘Snoeien en verzorging van Siergrassen’ bij RANDIJK in Leusden. Datum is afhankelijk van het seizoen. Voorinschrijven kan via info@bamboe.nl

Nieuws op facebook »

12 hours ago

Randijk Bamboe & Hoveniers

Hoi hoi mijn bamboe stokken zijn binnen 👍 vanaf morgen kan ik weer bamboe massage geven ! Helemaal happy 😃😃 ... See MoreSee Less

View on Facebook

4 days ago

Randijk Bamboe & Hoveniers
View on Facebook

4 days ago

Randijk Bamboe & Hoveniers
View on Facebook